Copyright by VAGB All rights reserved KVK Brabant  53666399 De CRD Methode Het doel van ademhalingsregulatie in de CRD methode (Cognitive Respiratory based Desensitisation) is: - slachtoffers van trauma- en stress ervaringen meer inzicht te geven in de invloed van deze ervaringen op het   psychologisch en lichamelijk welzijn, met name met betrekking tot fysiologische hyperarousal; - slachtoffers van trauma in een optimale toestand van relaxatie te brengen teneinde de verwerking van trauma   gerelateerde ‘reminders’ te bespoedigen; - slachtoffers een optimale ademtechniek aan te leren, zodat ze in de toekomst beter in staat zijn met stress- en   trauma gerelateerde ervaringen om te gaan (zelfmanagement). Het uitgangspunt voor de CRD methode is het creëren van een toestand van optimale relaxatie tijdens de confrontatie met het psychotrauma. Het creëren van een toestand van optimale relaxatie is van groot belang omdat slachtoffers van zeer schokkende ervaringen een sterke weerstand hebben om op rechtstreekse wijze de confrontatie met het trauma aan te gaan. De herinneringen aan de traumatische gebeurtenis kan dan ook als een 'fobisch object' beschouwd worden (Foa, 1999; 2000). In CRD wordt via geavanceerde ademhalingsregulatie optimale relaxatie bewerkstelligd, wat een bijzonder gunstige voorwaarde vormt voor desensitisatie van de traumatische ervaringen (vgl. Janet, 1919, Van der Hart, Defares & Mittendorf, 1995; van der Hart, 2003). Tevens draagt de methode bij tot een verbeterd neurofysiologisch functioneren en een herwonnen gevoel van zelfcontrole. Ook de CRD-methode stelt dat voor een effectieve behandeling de confrontatie met het psychotrauma (exposure) een absolute noodzaak is om een effectieve behandeling te waarborgen. Het elementaire verschil met andere behandelingsmethoden is dat in de CRD-methode onmiddellijk en volledig de nadruk wordt gelegd op de reductie van fysiologische arousal bij de client, door middel van het induceren van een optimaal ademhalingspatroon. De cliënt leert in de CRD-methode van meet af aan controle uit te oefenen over zijn eigen spanningsgevoel, waardoor een opheffing van verlies van controle over het eigen lichaam wordt bewerkstelligd. Wat aanvankelijk als een door de therapeut opgelegd ademhalingspatroon wordt waargenomen, zal na korte tijd worden beleefd alsof men zelf in staat is het eigen ademhalingsgedrag, dat tot relaxatie leidt, te sturen. Dit wordt ervaren als een vorm van zelfregulatie die het subjectieve gevoel van controle sterk bevordert. Concreet betekent dit dat in CRD vanaf het begin een geavanceerd ademhalingsbiofeedback apparaat (de RespiFit) wordt gebruikt waarmee de cliënt feedback krijgt over zijn individuele ademhalingspatronen. Met behulp van dit apparaat wordt de cliënt van meet van aan in de therapie bewust gemaakt van zijn eigen ademhaling en wordt hem geleerd hierover zelf controle uit te oefenen. Hiermee wordt de capaciteit van de cliënt vergroot om de psychofysiologie zelf te reguleren, waardoor men ook in staat is om tal van negatieve gevolgen van blootstelling aan stress en trauma in de toekomst zelf onder controle te kunnen krijgen. Toepassing van CRD bij stress en psychotraumata  Iedereen die gespannen is, heeft een versnelde ademhaling. In extreme situaties kan dit leiden tot hyperventilatie of andere vormen van verkeerd ademen. Deze versnelde of verslechterde ademhaling is een normale reactie op stress want in gevaarlijke situaties moet het lichaam iets presteren, het hart gaat sneller kloppen, de bloeddruk gaat omhoog en de ademhaling gaat hierin mee. Wanneer het gevaar eenmaal geweken is, hoeft het lichaam niet meer te reageren alsof het nog steeds in gevaar is. Dit gebeurt echter wel als men nog steeds last houdt van de meegemaakte gebeurtenis en er dus sprake is van een onverwerkte belastende ervaring. Onverwerkte belastende ervaringen kunnen er voor zorgen dat er voortdurend sprake is van een verstoord psychofysiologisch evenwicht. Deze psychofysiologische labiliteit kan er vervolgens voor zorgen dat de persoon extra vatbaar is om deze ervaringen op negatieve wijze te verwerken. Een typerend kenmerk van onverwerkte ingrijpende gebeurtenissen is dat iedereen die een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt en daar klachten over heeft, reageert alsof die ingrijpende gebeurtenis op elk moment weer kan gebeuren. Deze herbeleving van de ingrijpende gebeurtenis kan ook plaatsvinden als er bepaalde kenmerken in een nieuwe situatie sterke overeenkomsten vertonen met de oorspronkelijke belastende gebeurtenis. Doordat het slachtoffer dan weer in zijn beleving geconfronteerd wordt met de negatieve ervaring zal onmiddellijk een verstoring plaatsvinden van het psychofysiologisch evenwicht, en zal opnieuw de ademhaling sterk ontregeld raken. Door die ontregelde ademhaling gaat men zich weer angstig voelen terwijl er in werkelijkheid niets aan de hand is. De CRD methode van prof. dr. Peter Defares biedt een belangrijke positieve voorwaarde om het hierboven beschreven negatieve cirkelproces te doorbreken en op snelle wijze tot een adequate verwerking van de ingrijpende gebeurtenissen te komen, namelijk via herstel van het psychofysiologisch evenwicht door middel van optimale relaxatie. -------------------------------------------------- Heeft u interesse, dan kunt u contact opnemen met de Vereniging Ademregulatie en Gezondheidsbevordering. Literatuur over de ademregulatie- en CRD-methode: Lippens, R. & Kater, H.J. (2011). Introductie van geavanceerde ademhalingstherapie. VAGB (juli, in press). Defares, P.B. & Lippens, R. (2008). Cognitive Respiratory based Desensitization. A new method to manage PTSD. Stichting NIAG, Driebergen (manuscript, 50 pp., download). Defares, P.B., Schaar, W., van der, i.s.m. Kater, H.J. (2008). Cognitieve Respiratoire Desensitisatie (CRD). Behandelprotocol. Stichting NIAG, Driebergen (internal paper). Defares, P. B. & Lippens, R. (2006). De Simultaan Gestuurde Respicon Desensitisatie-methode voor behandeling van Psychotrauma's en life-events. Stichting NIAG, Driebergen (internal paper, download). Defares, P.B. (2005). De Respicon Methode. In: Door A J J M Ruijssenaars, J.E.H. van Luit, E.C.D.M. van Lieshout (red.). Rekenproblemen en dyscalculie: theorie, onderzoek, diagnostiek en behandeling. (download) Defares, P.B. (2005). De Respicon Desensitisatiemethode. In: J.D. van der Ploeg en R. de Groot (red.) Andere wegen in jeugdzorg en onderwijs (ORTHO inleidingen, monografieën en leerboeken op het gebied van de orthopedagogiek. Lemniscaat b.v., Rotterdam. Kater, H.J. (2002) Het voorkomen van Benoemingsproblemen bij Posttraumatische Stressstoornis. Dissertatie, UVA. (download) Hart, O. van der, Defares, P.B. & Mittendorf, C. (1995). Trauma-behandeling en de persoon van de therapeut. In: Hart, O. van der (1995). Trauma, dissociatie en hypnose. Swets & Seitlinger BV, Lisse. Defares, P.B. (1994). De Respicon-desensitisatietherapie bij oorlogsgetroffenen in voormalig Joegoslavië, in het bijzonder bij kinderen. Wientjes C.J.E., Gaillard A.W.K., Grossman P. & Defares P.B. (1987). Ademhaling en Stress (Respiration and Stress) (Deel II). IZF TNO rapport (1987), C 7. Grossman, P., Wientjes, C.J.E., Defares, P.B. (1985). Individual differences in cardiorespiratory, psychological and somatic-symptom reactivity to situational stressors. Psychophysiology, 22, 593. Grossman, P., Swart, J.C.G. de, Defares, P.B. (1985). A controlled study of a breathing therapy for treatment of hyperventilation syndrome. Psychosomatic Res. 29, 49-58. Defares, P.B., Grossman, P. (1984). Het hyperventilatiesyndroom. Stafleu, Alphen aan de Rijn (1984) 210 pp. Grossman, P., Defares, P.B. (1984). Ademhaling, stress en emotie. In: P.B. Defares en P. Grossman (eds.). Het hyperventilatiesyndroom, Stafleu, Alphen aan de Rijn, 103-122. Wientjes, C., Grossman, P., Defares, P.B. (1984). Psychosomatic symptoms, anxiety and hyperventilation in normals. Bull. Eur. Physiopathol. Resp. 1, 20, 90-91.